Paraplu historie

De paraplu stamt af van de parasol. Parasols bestonden al in de oudheid, bijvoorbeeld in het oude Assyrië, Egypte, Griekenland en China. Vanaf de Renaissance werden parasols steeds meer gebruikt in de Westerse wereld. De hogere klassen gebruikten een parasol als statussymbool. Aan een witte huid kon men zien dat men niet buiten hoefde te werken. Geleidelijk aan begon men parasols ook als regenscherm te gebruiken

Rond 1760 werden in Frankrijk de termen paraplu en parasol wettelijk vastgelegd. De paraplu werd toen in Europa vooral gezien als een product voor welgestelde dames. Vanaf 1750 begonnen ook mannen in Groot-Brittannië paraplu’s bij zich te dragen, onder invloed van Jonas Hanway (1712-1786). Nog altijd wordt de paraplu (samen met de bolhoed) gezien als karakteristiek voor de Londense gentleman. Vanaf de Eerste Wereldoorlog werden paraplu’s in massaproductie gemaakt. In 1928 vond Hans Haupt een paraplu uit die niet alleen opvouwbaar, maar ook inklapbaar was. In de jaren 50 van de 20e eeuw werd de paraplu steeds meer een mode-accessoire. Het was een echt luxe-product, totdat men in de lagelonenlanden steeds goedkoper paraplu’s kon produceren.

In 2005 ontwikkelde de student Gerwin Hoogendoorn van de TU-Delft als afstudeeropdracht een stormvaste paraplu, de Senz-umbrella. Deze paraplu is asymmetrisch van vorm, waardoor hij stormen tot windkracht tien zou moeten kunnen doorstaan. Het ontwerp kreeg een aantal internationale onderscheidingen waaronder de Gold International Design Excellence Award 2008.